ECLI:NL:RBOVE:2025:462
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij mensensmokkel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensensmokkel door vijf vrouwen te helpen bij het verkrijgen van verblijf in Nederland. De verdenking betrof de periode van 1 februari tot en met 6 maart 2023, waarbij verdachte zou hebben bijgedragen aan het verschaffen van onderdak, werk of middelen van bestaan.
Tijdens de zittingen op 10 december 2024 en 14 januari 2025 heeft de officier van justitie gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden. De verdediging voerde aan dat verdachte geen sleutel meer had van de woning waar drie vrouwen werden aangetroffen en dat er geen berichten of andere bewijzen waren die haar betrokkenheid bij mensensmokkel van deze vrouwen of de twee vrouwen aangetroffen in de woning van een medeverdachte konden aantonen.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier en de zitting niet kon worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij mensensmokkel. Hoewel er berichten tussen verdachte en een medeverdachte waren, toonden deze geen directe betrokkenheid aan bij de vrouwen in kwestie. Daarom verklaarde de rechtbank het tenlastegelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij mensensmokkel.