Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
3.De bewijsmotivering
De rechtmatigheid van de controle door de douane
Toepassing van het beslisschema
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 26 juni 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van 2,4 miljoen onveraccijnsde sigaretten en het handelen in merkvervalste sigaretten in de periode juni 2022. De tenlastelegging betrof het bezit en de handel in namaaksigaretten van de merken Marlboro Gold en Richmond Blue, aangetroffen in loodsen gehuurd door verdachte.
De verdediging voerde aan dat de douanecontrole onrechtmatig was en dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de sigaretten. De rechtbank oordeelde dat de controle op basis van de Algemene douanewet rechtmatig was en dat het begrip 'voorhanden hebben' ruim moet worden uitgelegd volgens de accijnsrichtlijn, waarbij ook betrokkenheid zonder feitelijke beschikkingsmacht kan leiden tot aansprakelijkheid.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het bezit van de onveraccijnsde sigaretten. Verdachte was niet betrokken bij de logistiek, er waren geen aanwijzingen van wetenschap en het telefoongesprek was onvoldoende om opzet aan te tonen. Ook voor het tweede feit was onvoldoende bewijs. De rechtbank sprak verdachte vrij en bepaalde dat de in beslag genomen sigaretten onttrokken worden aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet op het voorhanden hebben van onveraccijnsde en merkvervalste sigaretten.