Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
dan weldat hij die container heeft vernield;
dan weldat hij die containers heeft vernield;
dan weldat hij een prullenbak, gietvloer, tegels, plafondplaten en/of toiletaccessoires heeft vernield.
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 12 juni 2025;
- het procesverbaal van aangifte van [slachtoffer 1], namens Mr. Sushi, van 3 april 2024 (p. 9);
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 12 juni 2025;
- het procesverbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 22 maart 2024 (p. 12);
- het procesverbaal van bevindingen van 4 april 2024 (p. 7).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (feit 2 meermalen gepleegd).
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (feit 2 meermalen gepleegd);
gevangenisstrafvoor de duur van
487 (vierhonderdzevenentachtig) dagen;
100 (honderd) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 413,40, (zegge: vierhonderddertien euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;