3.2.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
In de zaak met parketnummer 08.059865.24
1.
hij op tijdstippen in de periode van 3 november 2023 tot en met 1 mei 2024 te [plaats 1],
tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk
heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en
- een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
- een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine
zijnde MDMA en amfetamine en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op 1 mei 2024 te [plaats 1],
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
916,87 gram amfetamine en 59,33 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op tijdstippen in de periode van 2 december 2023 tot en met 1 mei 2024 te [plaats 1],
tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk
heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep en
- een hoeveelheid hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hasjiesj en
- een hoeveelheid alprazolam, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende alprazolam, zijnde alprazolam
telkens een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op 1 mei 2024 te [plaats 1],
tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 226 gram hasj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en
- 809 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
zijnde hasjiesj en hennep
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.
hij op tijdstippen in de periode van 6 maart 2024 tot en met 1 mei 2024 te [plaats 1],
tezamen en in vereniging met anderen,
meermalen telkens opzettelijk,
zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, telkens een of meer geneesmiddelen niet bedoeld voor onderzoek, te weten:
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende alprazolam
telkens heeft bereid en ingevoerd en in voorraad heeft gehad en te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd, dan wel een groothandel daarin heeft gedreven;
6.
hij op of omstreeks 1 mei 2024 te [plaats 1], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
zonder registratie, 53,42 gram ketamine, althans een hoeveelheid (van een stof bevattende) ketamine, in elk geval een werkzame stof,
opzettelijk in voorraad heeft gehad;
7.
hij op meer tijdstippen in de periode van 6 maart 2024 tot en met 1 mei 2024 te [plaats 1],
tezamen en in vereniging met anderen,
meermalen telkens opzettelijk,
telkens een of meer geneesmiddelen)waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten:
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende alprazolam
telkens in voorraad heeft gehad en/ te koop heeft aangeboden en heeft verkocht en afgeleverd en heeft ingevoerd;
8.
hij op 1 mei 2024 te [plaats 1],
een wapen van categorie III, onder I van de Wet wapens en munitie, te weten
- een getransformeerde gasrevolver van het merk Rohm type Little Joe, kaliber .22 long rifle
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
9.
hij op 1 mei 2024 te [plaats 1],
munitie van categorie II onder III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 30 stuks pyrotechnische patronen met knaleffect (P1 Zink-Feurewerk) van het kaliber 15mm en
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 1 + 35 stuks kogelpatronen (GECO 7.65 mm en/of LE 38 special) van het kaliber 7.65 mm en/of .38 special knal en
- 18 stuks knalpatronen (UMA 9mm P.A. Knall) van het kaliber 9mm knal en
- 33 stuks pyrotechnische patronen (Umarex, pyro-pfeifpatronen 15mm) van het kaliber 15mm en
- 17 stuks pyrotechnische patronen (Superblinksterne) van het kaliber 15mm en
- 3 stuks kogelpatronen van het kaliber long rifle, voorhanden heeft gehad;
10.
hij op 1 mei 2024 te [plaats 1],
een wapens, van categorie I, onder 1° of 3°, te weten een stiletto,
voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.
In de zaak met parketnummer 08.082346.25
1
hij op 9 februari 2025 te [plaats 1]
opzettelijk
vier ambtenaren, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent bij de eenheid Oost-Nederland) en
[verbalisant 2] (agent bij de eenheid Oost-Nederland) en [verbalisant 3] (hoofdagent bij de
eenheid Oost-Nederland) en [verbalisant 4] (brigadier bij de eenheid Oost-Nederland),
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,
in hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hen de woorden toe te voegen: ''kankerstumpers'';
2
hij op 9 februari 2025 te [plaats 1] en [plaats 2],
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
- ongeveer 5,34 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en
- ongeveer 4,13 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde cocaïne en MDMA
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.