Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
- [aangever 1] ([bedrijf 1]) € 5.009,40
- [aangever 2] ([bedrijf 2]) € 5.717,25
- [aangever 3] ([bedrijf 3]) € 1.072,81
- [aangever 4] ([bedrijf 4]) € 6.275,70
- [aangever 5] ([bedrijf 5]) € 1.339,55
- [aangever 6] € 20.000,--
3.De beoordeling van de vordering
:medeplegen van oplichting.
- loon [naam 1]: € 1.605,--
- loon [naam 2]: € 694,06
- loon [naam 3]: € 813,48
- loon [naam 4]: € 813,48
€ 3.926,02.
€ 3.926,02.
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
- legt de veroordeelde de
- bepaalt de duur van de