Op 11 december 2021 veroorzaakte eiser, toen 18 jaar oud, door het aansteken van een houtkachel in een schuur van een derde een uitslaande brand die aanzienlijke schade veroorzaakte. De vader van eiser had in 2015 een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij Aegon, later overgenomen door ASR.
ASR weigerde dekking te verlenen met het argument dat eiser geen toestemming had om de schuur te betreden, dat er sprake was van werkzaamheden voor het bedrijf van de benadeelde en dat eiser niet had meegewerkt aan de belangen van de verzekeraar. Eiser vorderde betaling van € 24.994,85 voor inboedelschade, opruimkosten en expertisekosten.
De kantonrechter stelde vast dat eiser onzorgvuldig had gehandeld bij het aansteken van de kachel, wat de brand veroorzaakte, en dat de schade van ten minste € 25.000,00 voldoende aannemelijk was. De rechtbank verwierp het verweer van ASR dat sprake was van werkzaamheden die de dekking uitsluiten, omdat eiser slechts onbetaald en ongevraagd hielp.
Ook het verweer dat eiser niet had meegewerkt werd verworpen, aangezien de advocaten zich op eigen initiatief aan de zaak onttrokken en eiser niet aansprakelijk kon worden gehouden. De kantonrechter veroordeelde ASR tot het verlenen van dekking en betaling van het gevorderde bedrag aan de benadeelde, met veroordeling in de proceskosten.