Partij B, voormalige vennoten van een opgeheven vennootschap onder firma, leasen een auto van partij A. Na het niet tijdig betalen van leasetermijnen ontbindt partij A de leaseovereenkomst en vordert betaling van het openstaande bedrag en afgifte van de auto.
Partij B1 stelt dat partij B2 de verplichtingen heeft overgenomen, maar de kantonrechter oordeelt dat beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk blijven tegenover partij A. Tegen partij B2 is verstek verleend, waardoor de vorderingen tegen hem worden toegewezen.
De kantonrechter verklaart de leaseovereenkomst ontbonden, veroordeelt partij B tot afgifte van de auto binnen 72 uur, betaling van het openstaande leasebedrag, contractuele rente, incassokosten, en proceskosten. Een dwangsom wordt opgelegd aan partij B2 voor het niet nakomen van de afgifteplicht. De vordering tot vergoeding van kosten voor een eventuele aangifte wordt afgewezen.