Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Samenvatting
2.Het verloop van de procedure
3.De feiten
4.De vorderingen
in conventie
- i) zij met [partij B] een overeenkomst heeft gesloten door de ondertekening van een contract;
- ii) zij ter uitvoering van de overeenkomst in totaal € 30.032,19 aan kosten voor [partij B] heeft betaald;
- iii) zij met [partij B] voor zijn verblijf in de eerste woning een vergoeding van € 475 per maand is overeengekomen, en voor zijn verblijf in de tweede woning een vergoeding van € 980 per maand;
- iv) [partij B] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door zonder haar toestemming arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aan te gaan met de genoemde tandartspraktijken;
- v) zij de overeenkomsten op die grond bevoegd heeft ontbonden per brief van haar advocaat van 9 januari 2024, waardoor [partij B] gehouden is om de door hem ontvangen prestaties ongedaan te maken;
- vi) [partij B] haar per saldo, met aftrek van [partij B] betaling van € 10.000, nog € 20.032,19 moet vergoeden voor de kosten die zij voor hem heeft betaald; en
- vii) [partij B] haar voor het verblijf in de woningen in totaal € 19.390 is verschuldigd, hetzij op de grond dat hij zijn verplichting tot betaling van de overeengekomen vergoeding moet nakomen, hetzij op de grond dat hij gehouden is om de waarde van het verschafte woongenot te vergoeden als bedoeld in artikel 6:272 BW Pro.
- veroordeling van [partij A] om € 6.132,35 aan [partij B] terug te betalen;
- een verklaring voor recht dat [partij A] gehouden is om renovatiekosten te vergoeden die [partij B] en zijn familie hebben gemaakt, te begroten in een schadestaatprocedure.