Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1] ,
2.
[partij A 2],
1.[partij B 1] ,
2.
[partij B 2],
1.Samenvatting
2.De procedure
- de akte overlegging producties van [partij A]
- de pleitnota van [partij A]
- de pleitnota van [partij B]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn buren met aan elkaar grenzende tuinen. Partij A wilde een schutting op hun eigen perceel plaatsen, maar partij B verhinderde dit tweemaal. Partij A vorderde een verbod tegen deze verhindering, een dwangsom en vergoeding van extra kosten. Partij B vorderde in reconventie een verbod op plaatsing vóór verwijdering van keerwanden en betaling van de helft van de verwijderingskosten, evenals een schutting die geen onevenredige inbreuk maakt op hun uitzicht en woongenot.
De voorzieningenrechter oordeelde dat partij A een voldoende spoedeisend belang had en dat zij bevoegd waren hun perceel af te sluiten met een schutting op grond van artikel 5:48 BW Pro. Het beroep van partij B op misbruik van bevoegdheid en onrechtmatige hinder werd verworpen, omdat partij B onvoldoende onderbouwde dat sprake was van misbruik of onrechtmatige hinder. Partij B had het plaatsen van de schutting tweemaal verhinderd, wat onrechtmatig was jegens partij A.
De voorzieningenrechter verbood partij B om de plaatsing van de schutting te verhinderen en legde een dwangsom op. Tevens werd partij B veroordeeld tot vergoeding van de extra arbeidskosten die partij A had gemaakt door de verhinderingen. De vorderingen van partij B in reconventie werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing. Partij B werd hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Partij B wordt verboden de plaatsing van de schutting te verhinderen en veroordeeld tot vergoeding van extra kosten en proceskosten; de vorderingen van partij B worden afgewezen.