Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde
- legt de veroordeelde de
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 22 mei 2025 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een rechtspersoon die zich schuldig heeft gemaakt aan milieuovertredingen door het opzettelijk lozen van meer afvalwater dan vergund. De officier van justitie vorderde een bedrag van €469.805 als wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op bespaarde transport- en verwerkingskosten.
Tijdens de zitting op 8 mei 2025 heeft de rechtbank het rapport van een verbalisant als bewijs aanvaard, waarin de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is onderbouwd. De verdediging betwistte de berekening niet, maar verzocht om aftrek van operationele kosten van de waterzuivering en lozing. De rechtbank schatte deze kosten op €80.000 en bracht deze in mindering.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn voor berechting niet was overschreden en wees het verzoek tot matiging af. Uiteindelijk legde de rechtbank de verplichting op tot betaling van €389.805 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €389.805 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.