Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1],
wonende te [woonplaats 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiseres en gedaagde, beiden onder beschermingsbewind, hadden een langdurige affectieve relatie waaruit een minderjarig kind is geboren. Zij huurden gezamenlijk een aangepaste woning die geschikt is voor de mobiliteitsbeperkingen van eiseres. Na het beëindigen van hun relatie in september 2024 verzocht eiseres om een voorlopige voorziening die haar exclusief gebruik van de woning toekent en gedaagde verbiedt de woning te betreden.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft, mede vanwege haar chronische ziekte en het feit dat zij geen vervangende woonruimte heeft. Gedaagde verblijft sinds de relatiebeëindiging elders en zijn bewindvoerder was niet aanwezig om verweer te voeren. De belangenafweging volgens artikel 7:267 lid 7 BW Pro leidt voorshands tot toewijzing van de vordering aan eiseres.
Het verbod voor gedaagde om de woning te betreden wordt eveneens toegewezen vanwege de stress die zijn aanwezigheid veroorzaakt. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de affectieve relatie tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen toe en bepaalt dat eiseres de huurwoning exclusief mag gebruiken en gedaagde de woning niet mag betreden.