In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de bedrijfsruimte door gedaagde en betaling van een huurachterstand met contractuele boetes. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waarna verstek wordt verleend.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst naar verwachting in een bodemprocedure zal worden ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming door de huurachterstand. Daarom wordt de ontruiming en betaling van de achterstand met de opeisbare boetes toegewezen. De contractuele boete van €300 per maand die nog niet opeisbaar is, wordt afgewezen.
De ontruimingstermijn wordt conform landelijk beleid vastgesteld op zes weken na betekening van het vonnis. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.