ECLI:NL:RBOVE:2025:242
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugbetaling lening inburgeringsplicht wegens onvoldoende motivering onderscheid verblijfsvergunningen
Eiser, afkomstig uit Afghanistan en in het bezit van een reguliere verblijfsvergunning met beperking verblijf als gezinslid, werd verplicht tot inburgering en kreeg een lening toegekend voor zijn inburgeringscursus. Na ontheffing van de inburgeringsplicht werd hem door DUO opgelegd de lening terug te betalen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard zonder hem te horen.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het toepasselijke recht, waaronder de Wet inburgering 2013 en het Besluit inburgering. Het centrale geschil betrof het onderscheid dat de minister maakte tussen inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning regulier onder beperking verblijf bij een asielstatushouder en degenen die feitelijk bij een asielstatushouder verblijven maar niet over zo'n vergunning beschikken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom dit onderscheid gerechtvaardigd is, mede gelet op de specifieke omstandigheden van eiser en zijn gezin. Dit onderscheid werd als discriminatoir beschouwd in de zin van het Twaalfde Protocol bij het EVRM. Ook werd gewezen op het ontbreken van een volledige evenredigheidsbeoordeling en het niet horen van eiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringen.