Eiser en gedaagde zijn buren met aangrenzende percelen. Gedaagde heeft een schutting, beukenhaag en carport deels over de erfgrens op het perceel van eiser geplaatst. Na kadastrale metingen is vastgesteld dat de schutting 14 cm en de carport 20 cm over de erfgrens staan. Eiser vordert verwijdering van deze bouwwerken en verplaatsing van de beukenhaag, alsmede een verbod op andere erfafscheidingen dan een beukenhaag van 80 cm.
De rechtbank overweegt dat het eigendomsrecht van eiser wordt geschonden door de schutting en beukenhaag en dat het belang van eiser bij verwijdering zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij behoud. Daarom moeten schutting en haag worden verwijderd/verplaatst. De carport is slechts in geringe mate over de erfgrens gebouwd en het verwijderen daarvan zou onevenredig zijn vanwege de kosten en beperkte hinder voor eiser. De boom staat niet binnen de verboden zone van 2 meter van de erfgrens. Het gevorderde verbod op andere erfafscheidingen dan een beukenhaag wordt afgewezen omdat dit bestuursrechtelijk is en onvoldoende onrechtmatigheid is gesteld.
De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen en legt een gematigde dwangsom op voor het niet nakomen van de verwijderingsverplichtingen. De vorderingen worden dus deels toegewezen en deels afgewezen.