Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
[slachtoffer]toe tot een bedrag van € 2.295,02, bestaande uit € 795,02 materiële schade (feit 3) en € 1.500,00 immateriële schade (feit 1);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.295,02, (zegge: tweeduizend tweehonderdvijfennegentig euro en twee eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
32 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;