ECLI:NL:RBOVE:2025:2232

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
08.270987.24 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 8 WVWArt. 175 WVWArt. 176 WVWArt. 19 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuurder onder invloed cannabis na veroorzaken ernstig verkeersongeval

Op 22 december 2023 veroorzaakte de verdachte een verkeersongeval in Enschede door door rood licht te rijden terwijl zij onder invloed was van cannabis. Hierbij botste zij tegen een andere auto, bestuurd door het slachtoffer, die zwaar lichamelijk letsel opliep met langdurige gevolgen.

De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld op basis van bekentenissen, politieprocessen-verbaal, medische verklaringen en een rapport over drugsgebruik. De verdachte heeft geen verweer gevoerd en de feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, het langdurige letsel van het slachtoffer en het feit dat de verdachte onder invloed was van een grote hoeveelheid cannabis. Hoewel de verdachte geen eerdere veroordelingen heeft, is de strafmaat bepaald op 150 uur taakstraf en een rijontzegging van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De rechtbank benadrukte dat de voorwaardelijke rijontzegging bedoeld is om de verdachte aan te sporen in de toekomst voorzichtiger te zijn in het verkeer. De verdachte werd tevens veroordeeld tot vervangende hechtenis van 75 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd.

Het vonnis is uitgesproken door de rechtbank Overijssel op 11 april 2025, waarbij de verdachte strafbaar is verklaard voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 onder invloed van cannabis en het veroorzaken van een ongeval met lichamelijk letsel.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 uur taakstraf en 18 maanden rijontzegging wegens veroorzaken verkeersongeval onder invloed cannabis.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.270987.24 (P)
Datum vonnis: 11 april 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 maart 2025 en 4 april 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de namens [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) voorgedragen slachtofferverklaring.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 22 december 2023 in Enschede:
feit 1, primair:onder invloed door een rood verkeerslicht is gereden waardoor zij een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen;
feit 1, subsidiair:gevaar op de weg heeft veroorzaakt door niet te stoppen voor een rood verkeerslicht;
feit 1, meer subsidiair:door een rood verkeerslicht is gereden waardoor bij [slachtoffer] letsel is ontstaan;
feit 2, primair:onder invloed van cannabis (THC) een auto heeft bestuurd;
feit 2, subsidiair:onder invloed van THC een auto heeft bestuurd terwijl zij wist dat dit haar rijvaardigheid kon verminderen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
Zij op of omstreeks 22 december 2023 te Enschede als verkeersdeelnemer, namelijk
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mini Cooper), komende uit de
richting van Enschede daarmede rijdende over de weg, de Oostweg,
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft
gereden, hierin bestaande dat verdachte,
-niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het direct
voor haar gelegen gedeelte van die weg (de Oostweg) en/of de voor haar bestemde
en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Gronausestraat,
bevindende verkeer en/of
-terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor haar,
verdachte van toepassing zijnde en in haar richting gekeerde verkeerslichten reeds
ongeveer 28,3 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 de snelheid van dat hoor haar bestuurde motorrijtuig
(personenauto, Mini Cooper) niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat
motorrijtuig (personenauto, Mini Cooper) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij
was/waren en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder Pro c en/of lid 6 van voormeld
reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg
(de Oostweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van rechts
genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (Mercedes) niet voor heeft laten
gaan en/of
-(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemd
ander voertuig (personenauto, Mercedes),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]
) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat
daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale
bezigheden is ontstaan, terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8
eerste of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 22 december 2023 te Enschede als bestuurder van een voertuig
(personenauto, Mini Cooper), daarmee rijdende op de weg, de Oostweg,
-niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het direct
voor haar gelegen gedeelte van die weg (de Oostweg) en/of de voor haar bestemde
en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Gronausestraat,
bevindende verkeer en/of
-terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor haar,
verdachte van toepassing zijnde en in haar richting gekeerde verkeerslichten reeds
ongeveer 28,3 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 de snelheid van dat hoor haar bestuurde motorrijtuig
(personenauto, Mini Cooper) niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat
motorrijtuig (personenauto, Mini Cooper) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij
was/waren en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder Pro c en/of lid 6 van voormeld
reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg
(de Oostweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van rechts
genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (Mercedes) niet voor heeft laten
gaan en/of
-(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemd
ander voertuig (personenauto, Mercedes),
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 22 december 2023 te Enschede als bestuurder
van een voertuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Oostweg,
geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod
inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd
driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan
personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;
2
zij op of omstreeks 22 december 2023 te Enschede een voertuig, te weten een
personenauto (Mini Cooper), heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen
na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in
het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de
Wegenverkeerswet 1994, te weten Cannabis,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het
gehalte in haar bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 7.9 microgram per
liter THC bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 van Pro het
genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 22 december 2023 te Enschede als bestuurder van een voertuig,
(personenauto, Mini Cooper), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde
onder zodanige invloed van een stof, te weten THC, waarvan zij wist of
redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met
het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot
behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en het onder 2 primair ten laste gelegde, wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte heeft zich zodanig gedragen in het verkeer dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro (hierna ook: WVW). [slachtoffer] heeft hierbij lichamelijk letsel opgelopen waardoor tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de voor haar normale bezigheden is ontstaan.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft geen verweer gevoerd.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door haar geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen [1] .
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 maart 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal aanrijding, met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 3 juli 2024, pagina’s 7 tot en met 23;
het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 3] , van 25 januari 2024, pagina’s 24 en 25;
een geschrift als in artikel 344, eerste lid, onder 3° Sv, het rapport drugs in het verkeer opgemaakt door dr. [naam] van 1 februari 2024;
een geschrift als in artikel 344, eerste lid, onder 4° Sv, een geneeskundige verklaring opgemaakt door E.A. van Gijssel, van 10 januari 2024;
een geschrift als in artikel 344, eerste lid, onder 4° Sv, een bief van E.A. van Gijssel, huisarts, van 21 februari 2024.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
Zij op
of omstreeks22 december 2023 te Enschede als verkeersdeelnemer, namelijk
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Mini Cooper),
komende uit de
richting van Enschede daarmederijdende over de weg, de Oostweg,
zeer,
althans aanmerkelijk,onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft
gereden, hierin bestaande dat verdachte,
-
niet ofin onvoldoende mate heeft gekeken en
/ofis blijven kijken naar het direct
voor haar gelegen gedeelte van die weg (de Oostweg) en
/ofde voor haar bestemde
en geldende verkeerslichten en
/ofhet zich op de kruisende weg, de Gronausestraat,
bevindende verkeer en
/of
- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor haar,
verdachte van toepassing zijnde en in haar richting gekeerde verkeerslichten reeds
ongeveer28,3 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 de snelheid van dat hoor haar bestuurde motorrijtuig
(personenauto, Mini Cooper) niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat
motorrijtuig (personenauto, Mini Cooper) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij die weg en
/ofdie kruising kon overzien en waarover deze vrij
was/waren en
/of
-in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder Pro c en
/oflid 6 van voormeld
reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en
/ofeen op de kruisende weg
(de Gronausestraat of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van rechts
genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (Mercedes) niet voor heeft laten
gaan en
/of
-
(vervolgens
)in aanrijding is gekomen met
, althans in aanrijding is gekomen metvoornoemd
ander voertuig (personenauto, Mercedes),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]
)
zwaar lichamelijk letsel ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat
daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale
bezigheden is ontstaan, terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8
eerste ofvijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2
zij op
of omstreeks22 december 2023 te Enschede een voertuig, te weten een
personenauto (Mini Cooper), heeft bestuurd
of als bestuurder heeft doen besturen
na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in
het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de
Wegenverkeerswet 1994, te weten Cannabis,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro genoemde Wet, het
gehalte in haar bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 7.9 microgram per
liter THC bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 van Pro het
genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6, 8, 175 en 176 WVW. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
De eendaadse samenloop van:
feit 1 primair
het misdrijf: overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van deze wet
en
feit 2 primair
het misdrijf: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, gevorderd aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 150 uren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (hierna ook: rijbevoegdheid) voor de duur van 18 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat een geldboete de meest passende straf is. Een rijontzegging is, gelet op het tijdsverloop, niet meer op zijn plaats.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich als bestuurder schuldig gemaakt aan zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag. Zij is, terwijl zij onder invloed van een forse hoeveelheid cannabis verkeerde, door een rood verkeerslicht gereden. Toen zij dit verkeerslicht passeerde stond het al ruim 28 seconden op rood. Verdachte heeft haar aandacht daarmee zeer lang niet op het verkeer gehad. Hierdoor heeft zij een verkeersongeval veroorzaakt waardoor er bij [slachtoffer] lichamelijk letsel is ontstaan. Uit de door de officier van justitie ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring volgt dat [slachtoffer] sinds februari 2024 niet heeft kunnen werken. Het is op dit moment nog steeds onduidelijk of zij weer volledig zal herstellen. Ook hebben de gevolgen van het ongeval negatieve invloed op haar sociale leven. Verdachte heeft geen enkele actie ondernomen om in contact te komen met het slachtoffer en neemt hierdoor slechts zeer beperkt verantwoordelijkheid voor haar handelen in het verkeer.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 16 januari 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) in haar overweging betrokken. Bij verkeersfeiten waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij er bij het slachtoffer sprake is van lichamelijk letsel, tijdelijke ziekte, geldt als uitgangspunt een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar. De rechtbank weegt in dit geval in strafverzwarende zin mee dat verdachte onder invloed was van een grote hoeveelheid cannabis en had moeten weten dat zij niet meer tot het besturen van een auto in staat was. De persoonlijke omstandigheden van verdachte kort voor en ten tijde van het ongeval en het feit dat zij beschikt over een blanco documentatie neemt de rechtbank ten voordele van verdachte mee als strafmatigende factoren.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 150 uren passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden opleggen, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid moet eraan bijdragen om verdachte ertoe te brengen in het vervolg voorzichtiger te zijn in het verkeer.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 Sr en 179 WVW.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van:
feit 1 primair, het misdrijf:overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van deze wet
en
feit 2 primair, het misdrijf:overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
-
ontzegtde verdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
18 (achttien) maanden waarvan 8 (acht) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. I. Piksen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
Buiten staat
Mr. A.M. Rikken is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024095149 van 26 juni 2024. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.