Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.Waar deze zaak over gaat
3.De beoordeling
€ 135,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De eiser huurt sinds 2015 een chalet van de gedaagde tegen een all-in huurprijs. In 2023 ontstond een geschil over vermeende te hoge servicekosten die de eiser aan de gedaagde had betaald. De eiser startte een procedure en vorderde terugbetaling van deze kosten op grond van onverschuldigde betaling. De kantonrechter wees deze vordering bij vonnis van 9 april 2024 af, waarbij werd vastgesteld dat het huurcontract een all-in prijs bevatte en dat de eiser geen schriftelijk voorstel had gedaan om de huurprijs en servicekosten te splitsen.
In de huidige procedure vordert de eiser opnieuw betaling van een bedrag aan teveel betaalde servicekosten. De gedaagde voert verweer met een beroep op het gezag van gewijsde, omdat het geschilpunt reeds in de eerdere procedure is beoordeeld. De kantonrechter bevestigt dat het eerdere vonnis onherroepelijk is en bindende kracht heeft gekregen tussen partijen.
Daarom wordt de vordering van de eiser afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de servicekosten. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op € 813,00, te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter Manders en op 8 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van eiser tot terugbetaling van servicekosten wordt afgewezen vanwege gezag van gewijsde.