Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3], eisers, hierna gezamenlijk te noemen: de VOF
Rechtbank Overijssel
De VOF exploiteert een restaurant en rondvaartbedrijf in Giethoorn en vroeg ontheffing om met twee sloepen met verbrandingsmotor te varen, terwijl de Vaarverordening 2021 elektrisch varen voorschrijft. De aanvraag werd afgewezen omdat deze te laat was ingediend en de sloepen niet over de vereiste vergunningen met kentekens beschikten.
De VOF betoogde dat het college ten onrechte niet van het beleid was afgeweken en dat de afwijzing onevenredig was, mede omdat een andere ondernemer wel een uitzondering kreeg. De rechtbank oordeelde dat de sloepen niet vergund waren en dat het college daarom terecht de ontheffing kon weigeren. De stelling van de VOF dat voorheen geen kentekenplicht gold, was onvoldoende onderbouwd.
Verder vond de rechtbank dat het college het evenredigheidsbeginsel niet had geschonden en dat de afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie voldoende was gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de VOF kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de VOF tegen de afwijzing van de ontheffing wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.