Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- die [slachtoffer] te achtervolgen en/of
- naar die [slachtoffer] toe te lopen,
- de telefoon, huissleutel en/of fietssleutel van die [slachtoffer] uit de jaszak van die [slachtoffer] te pakken, en/of (vervolgens)
- die [slachtoffer] een of meerdere malen tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;
3.De bewijsmotivering
“jij hebt mijn telefoon vast”. Vervolgens is te zien dat verdachte [slachtoffer] met kracht tegen het hoofd slaat, waarna [slachtoffer] voorover buigt en verdachte hem nogmaals met kracht slaat. Vervolgens loopt verdachte weg, [slachtoffer] achter zich latend. De rechtbank leidt uit de beelden af dat verdachte [slachtoffer] heeft bestolen en hem direct nadien meerdere malen heeft geslagen, waarna hij met de spullen van [slachtoffer] is weggelopen.
- die [slachtoffer] te achtervolgen en/of
- naar die [slachtoffer] toe te lopen,
- de telefoon, huissleutel en fietssleutel van die [slachtoffer] uit de jaszak van die [slachtoffer] te pakken, en (vervolgens)
- die [slachtoffer] meerdere malen tegen het hoofd te slaan;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
diefstal, gevolgd van geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren;
diefstal.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante behandeling;
- alcoholverbod met alcoholmeter.
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
diefstal, gevolgd van geweld, tegen personen, gepleegd met het
diefstal;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 374,24, (zegge: driehonderdvierenzeventig euro en vierentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;