Uitspraak
1.[partij B1] ,
[partij B2],
[partij B3],
[partij B4],
[partij B5],
[partij B6],
[partij B7],
[partij B8],
[partij B9],
1.De procedure
2.Inleiding en samenvatting
3.De verdere beoordeling
€ 135,00
€ 135,00
€ 135,00
€ 135,00
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen de eigenaar van een pand en meerdere huurders stond de vraag centraal of er sprake was van gebreken aan de verwarmingsinstallatie die recht gaven op huurprijsvermindering. De huurders hadden een deskundigenrapport ingebracht waaruit bleek dat in twee kamers de radiatorknoppen vastzaten en de temperatuur niet naar behoefte geregeld kon worden. De eigenaar voerde tegenonderzoek uit, maar dit vond plaats zonder aanwezigheid van de huurders, waardoor de rechtbank hieraan minder waarde hechtte.
De rechtbank concludeerde dat voor de kamers van twee huurders (kamer 6 en kamer 1) een gebrek aan de verwarmingsinstallatie bestond, wat een tijdelijke huurprijsvermindering van 30% rechtvaardigt vanaf 1 augustus 2022 tot respectievelijk 1 april 2023 en 1 februari 2024. Voor andere kamers en de verwarmingsketel zelf waren de gebreken onvoldoende onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat de hoge temperatuur in de gemeenschappelijke gangen geen gebrek vormde dat het woongenot schaadde.
De vorderingen van de eigenaar tegen de huurders met erkende gebreken werden afgewezen, terwijl die tegen andere huurders werden toegewezen. In reconventie werden de vorderingen van sommige huurders afgewezen, maar de verklaring voor recht dat het gehuurde ernstige gebreken had werd voor de huurders met gebreken toegewezen. Daarnaast werden proceskostenveroordelingen uitgesproken, waarbij de eigenaar de kosten moest betalen voor de huurders die in het gelijk werden gesteld.
Uitkomst: Huurders van twee kamers krijgen een huurprijsvermindering van 30% wegens gebreken aan de verwarmingsinstallatie, andere vorderingen worden afgewezen.