Teambank AG vorderde betaling van een geldlening van €5.000, verstrekt aan twee gedaagden die hoofdelijk verbonden waren tot betaling van €7.550,50 in maandelijkse termijnen. Na stopzetting van betalingen en opzegging van de overeenkomst in juni 2019, stuurde Teambank AG sommatiebrieven en startte zij in oktober 2024 een procedure.
De rechtbank oordeelde dat de vordering jegens gedaagde 1 verjaard was op grond van Duits recht, omdat de verjaringstermijn van drie jaar was verstreken zonder stuiting. De vordering tegen gedaagde 1 werd daarom afgewezen. Tegen gedaagde 2 werd verstek verleend en de vordering grotendeels toegewezen, met uitzondering van buitengerechtelijke incassokosten die op grond van Duits recht niet konden worden toegewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde 2 tot betaling van de hoofdsom van €6.178,50, rente van 5% per jaar vanaf 3 mei 2022 en proceskosten van €1.478,66. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.