Uitspraak
[bedrijf],
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde sloten in mei 2024 een kredietovereenkomst waarbij eiser €10.000 leende aan gedaagde. Partijen spraken af dat bij meer dan vier niet-betaalde weektermijnen de gehele schuld opeisbaar zou zijn. Gedaagde betaalde niet tijdig, waarop eiser de schuld opeiste en het pandrecht op vorderingen van gedaagde aan diens schuldenaren mededeelde.
Gedaagde betwistte betaling en stelde dat openbaarmaking van het pandrecht zijn onderneming schaadde, maar de kantonrechter oordeelde dat dit geen reden is om de vordering af te wijzen. De overeenkomst en het recht van eiser op terugbetaling en pandrecht zijn bindend.
De kantonrechter kende de hoofdsom, contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten en BTW toe. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €11.374,55 plus rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €11.374,55 plus rente en proceskosten wegens niet-nakoming kredietovereenkomst.