ECLI:NL:RBOVE:2025:1378
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit veldschuur wegens onjuiste rechtsgrondslag, handhaving blijft in stand
Eiseres bouwde in 2015 een veldschuur zonder vergunning op een perceel bestemd als 'Bos' volgens het bestemmingsplan van 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten legde haar een last onder dwangsom op tot verwijdering van de veldschuur, omdat deze niet als bestaande veldschuur kon worden aangemerkt onder het geldende bestemmingsplan.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de nieuwe veldschuur vervangende nieuwbouw van de oude was, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat dit niet het geval was vanwege de grotere oppervlakte en deels andere locatie. Het college handhaafde het besluit, waarbij het de juridische grondslag wijzigde naar het Veegplan Buitengebied Rijssen-Holten 2023.
De voorzieningenrechter constateerde dat het college onterecht het nieuwe recht toepaste terwijl het oude recht van toepassing was vanwege overgangsregels van de Omgevingswet. Hierdoor werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen, waaronder de last onder dwangsom, bleven in stand omdat het college bevoegd was tot handhaving.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het spoedeisend belang niet voldoende was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van correcte rechtsgrondslag en het beginselplicht tot handhaving.
Uitkomst: Het bestreden handhavingsbesluit wordt vernietigd wegens onjuiste rechtsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.