Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 5 maart 2025 uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende een vordering tot nakoming van een voorovereenkomst tussen twee partijen. De eiser vorderde nakoming van afspraken omtrent de inbreng van registergoederen in een gemeentelijke regeling. De gedaagde partij stelde verjaring van de vordering tegen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tot nakoming een vordering tot een geven of een doen betreft en derhalve verjaart na vijf jaar vanaf opeisbaarheid. De opeisbaarheid lag vóór het faillissement van eiser in 2006. Omdat de eerste sommatie pas in december 2011 werd gedaan, na afloop van het faillissement, was de vordering verjaard. De brief van 2011 werd niet als tijdige stuiting erkend omdat alleen de curator dit had kunnen doen in de faillissementsperiode, wat niet was gebeurd.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten, begroot op €2.334,00. De tegenvordering werd niet beoordeeld omdat de voorwaarde waaronder deze was ingesteld niet was vervuld. De uitspraak werd gewezen door rechter C.H. de Haan en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.
Uitkomst: De vordering tot nakoming is afgewezen wegens verjaring en eiser is veroordeeld in de proceskosten.