Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin zijn verzoek tot wraking.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De wrakingskamer van de Rechtbank Overijssel heeft op 28 februari 2025 een verzoek tot wraking behandeld dat was ingediend door het minderjarige kind van partijen in lopende zaken. Het verzoek betrof de wraking van mr. H.T. Pos, de kinderrechter die belast is met de behandeling van de zaken van de ouders van verzoeker.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker geen zelfstandige procespartij is in de betreffende zaken en derhalve geen zelfstandig recht op wraking heeft. Op grond van artikel 5, lid 2, onder b, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel kan een wrakingsverzoek zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk worden verklaard indien het niet is ingediend door een procespartij.
Daarom werd het wrakingsverzoek zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter A. van Holten en rechters A.A.A.M. Schreuder en M.H. van der Lecq, en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van het minderjarige kind is niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen zelfstandige procespartij is.