Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:1178

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
28 februari 2025
Zaaknummer
11447064 \ CV EXPL 24-2502
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontruimingsovereenkomst woninghuur in kort geding

In deze zaak betreft het een geschil tussen huurder en verhuurders over een woningverhuur voor onbepaalde tijd. Eisers zijn een kort geding gestart vanwege het geschil. Tijdens de procedure hebben partijen afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, ondertekend op 20 februari 2025.

Partijen verzochten om een pro forma mondelinge behandeling en om de vaststellingsovereenkomst aan het proces-verbaal te hechten. Tevens werd verzocht om de overeengekomen ontruiming van de woning in een vonnis te bekrachtigen.

De kantonrechter heeft de vaststellingsovereenkomst aan het proces-verbaal gehecht en de vordering tot ontruiming toegewezen, aangezien de huurder met de ontruiming instemde. De huurder is veroordeeld om de woning uiterlijk op 30 juni 2025 volledig te verlaten en te ontruimen, met inachtneming van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst.

Het vonnis is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Huurder is veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk op 30 juni 2025.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11447064 \ CV EXPL 24-2502
Vonnis in kort geding van 28 februari 2025
in de zaak van

1.[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[eiseres],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. R. Kroon,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A. aan het Rot.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 december 2024 met producties;
- de mondelinge behandeling van 21 januari 2025, waar [eiser] verschenen is, bijgestaan door mr. Kroon. [gedaagde] is niet verschenen;
- het e-mailbericht van 28 januari 2025 van mr. Aan het Rot, waarin wordt verzocht het verstek tegen [gedaagde] te zuiveren en om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen;
- de e-mailberichten van de gemachtigden van partijen van 20 februari 2025 met als bijlage de door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst;
- het proces-verbaal van de pro-forma mondelinge behandeling van 26 februari 2025.
1.2.
Overeenkomstig het verzoek van partijen is vonnis bepaald.

2.De samenvatting

[gedaagde] huurt een woning van [eisers] voor onbepaalde tijd. Tussen partijen is een geschil ontstaan. [eisers] is een kort geding procedure gestart.
Partijen hebben hangende de procedure afspraken met elkaar kunnen maken, die vastgelegd zijn in een vaststellingsovereenkomst, ondertekend op 20 februari 2025. Zij hebben verzocht om pro forma een mondelinge behandeling te gelasten en de vaststellingsovereenkomst aan het proces-verbaal van die mondelinge behandeling te hechten. Tevens is verzocht om de overeengekomen ontruiming van de woning in een vonnis te bekrachtigen.

3.De beoordeling

3.1.
De vaststellingsovereenkomst is gehecht achter het proces-verbaal van de pro forma mondelinge behandeling van 26 februari 2025.
3.2.
De kantonrechter zal de vordering tot ontruiming van de woning toewijzen, nu van de kant van [gedaagde] met die ontruiming wordt ingestemd.

4.De beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning, staande en gelegen aan de [adres] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, uiterlijk op 30 juni 2025 volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [eisers] te stellen, met inachtneming van hetgeen partijen hierover onder punt 6. van de vaststellingsovereenkomst hebben opgenomen,
4.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.