Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- productie 4 van Achmea
- de brief van Achmea d.d. 31 januari 2024
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Achmea.
2.De feiten
- voor recht verklaard dat Achmea gehouden is ter zake de brandschade d.d. 6 april 2022 op het risicoadres te dekking te verlenen onder de BCP met polisnummer en gehouden is de schade conform het bepaalde in de toepasselijke polisvoorwaarden af te wikkelen;
- Achmea veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen en bedrag van € 938.932,19 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- Achmea veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen en bedrag van € 158.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022.
3.Het geschil
- Achmea veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 5.339,58 ter zake de gemaakte advocaatkosten in deze procedure;
- Achmea veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting van [gedaagde] te betalen een bedrag van € 3.029,50 ter zake proceskosten in de hoger beroepszaak;
- Achmea veroordeelt tot betaling van het door [gedaagde] verschuldigde griffierecht en andere proceskosten en nakosten, voor zover niet begrepen onder de hiervoor genoemde advocaatkosten.