ECLI:NL:RBOVE:2024:6929
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot ontneming wegens vrijspraak verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €336.702,00. Deze vordering was gebaseerd op vermeende strafbare feiten waarvan verdachte werd verdacht.
Tijdens de openbare terechtzittingen op 5, 7 en 12 november 2024 werd het standpunt van het OM en de verdediging besproken. Het OM stelde op 5 november 2024 voor de vordering af te wijzen wegens onvoldoende concreetheid over het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging sloot zich hierop aan.
De rechtbank oordeelde dat nu verdachte bij vonnis van 23 december 2024 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd, het OM niet-ontvankelijk is in haar vordering. Hierdoor kan geen ontneming worden toegewezen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken te Almelo en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2024.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.