DB Horeca huurt een bedrijfsruimte van eiseres en is in gebreke gebleven met het betalen van de huur. Eiseres vordert in kort geding ontruiming van het pand, betaling van achterstallige en toekomstige huur, contractuele boetes, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
DB Horeca verschijnt niet in de zitting, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter stelt vast dat de vorderingen grotendeels spoedeisend en niet onrechtmatig zijn. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis.
De gevorderde machtiging voor inzet van de sterke arm van justitie wordt afgewezen als overbodig. Contractuele boetes worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang, maar wettelijke rente over de huurtermijnen en proceskosten wordt toegewezen.
DB Horeca wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van achterstallige huur en incassokosten, en de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.