ECLI:NL:RBOVE:2024:6761
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een WIA-uitkering per 18 augustus 2020 af te wijzen. Het UWV baseerde zijn besluit op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 23,37%, berekend door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, wat lager is dan de vereiste 35% voor recht op WIA.
De rechtbank heeft het dossier bestudeerd, waaronder rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De verzekeringsarts heeft zowel lichamelijke als psychische klachten onderzocht en geconcludeerd dat de beperkingen mild tot matig zijn en dat eiseres nog in staat is dagelijkse activiteiten uit te voeren. De arbeidsdeskundige heeft passende voorbeeldfuncties vastgesteld en het arbeidsongeschiktheidspercentage berekend.
Eiseres voerde aan dat onjuiste functionele beperkingen zijn vastgesteld en dat haar mentale klachten onvoldoende zijn meegewogen. Ook stelde zij dat een urenbeperking op energetische gronden noodzakelijk is en dat haar handklachten ernstiger zijn dan erkend. De rechtbank oordeelt echter dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hun beoordelingen zorgvuldig en inzichtelijk hebben gemotiveerd en dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende onderbouwd zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering per 18 augustus 2020. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.