Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2 december 2024.
2.De tenlastelegging
[medeverdachte 1] onroerend goed en een vordering aan de boedel van [medeverdachte 1] heeft onttrokken, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld en/of een van zijn schuldeisers wederrechtelijk heeft bevoordeeld.
3.De voorvragen
4.Vrijspraak
[naam 2] , gecedeerd aan verdachte. Met de cessie werd beoogd de vordering, die verdachte op [medeverdachte 1] had, te voldoen.
5.De beslissing
mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2024.