ECLI:NL:RBOVE:2024:6697
Rechtbank Overijssel
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering Wlz-indicatie wegens onvoldoende medische motivering
Eiser, een 70-jarige man met een licht verstandelijke beperking en diverse fysieke klachten, heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ heeft deze aanvraag afgewezen omdat volgens een medisch adviseur de zorgbehoefte overwegend uit planbare momenten bestaat en er geen noodzaak is voor 24-uurszorg in de nabijheid.
De rechtbank constateert dat het medisch onderzoek en de motivering van de medisch adviseur onvoldoende zijn om te concluderen dat 24-uurszorg niet nodig is. De rechtbank wijst erop dat de medisch adviseur niet heeft toegelicht waarom de zorgbehoefte met planbare zorgmomenten adequaat kan worden gecompenseerd, ondanks het verminderde oordeelsvermogen van eiser.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van ernstig nadeel voor eiser, zoals onplanbare zorgbehoeften en kwetsbaarheid, en dat dit verband houdt met zijn verstandelijke beperking. Het CIZ heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit niet leidt tot een blijvende behoefte aan 24-uurszorg.
Daarom geeft de rechtbank het CIZ acht weken de tijd om het besluit te heroverwegen en de motivering te verbeteren, waarbij ook aanvullende medische informatie kan worden opgevraagd. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het CIZ het gebrek heeft hersteld of heeft laten herstellen.
Uitkomst: Het CIZ krijgt acht weken de gelegenheid het besluit te heroverwegen en nader te motiveren vanwege onvoldoende onderbouwing van de noodzaak voor 24-uurszorg.