De rechtbank Overijssel heeft op 13 december 2024 in kort geding uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen eisers en gedaagde. Eisers vorderden ontruiming van de woning en betaling van een bedrag aan achterstallige huur. Gedaagde was niet verschenen, waarop verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering van eisers voldoende spoedeisend en niet onrechtmatig of ongegrond was. De ontruimingstermijn werd vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.960,00 vermeerderd met wettelijke rente en een maandelijkse huur van € 1.320,00 vanaf november 2024 tot daadwerkelijke ontruiming.
De proceskosten aan de zijde van eisers werden begroot op € 1.063,38 en eveneens toegewezen. De gevorderde kosten van ontruiming werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.