Uitspraak
[eiser],
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Overijssel
Eiser trad op 4 april 2024 in dienst bij Taxi Vervoerscentrale Nederland voor onbepaalde tijd met een bruto maandsalaris van € 2.474,92 exclusief 8% vakantiegeld. Op 13 mei 2024 werd de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang beëindigd. Ondanks herhaalde aanmaningen ontving eiser geen salaris over de gewerkte periode.
Eiser startte een kort geding en vorderde betaling van het salaris, vakantiegeld, wettelijke rente, wettelijke verhoging, proceskosten, salarisspecificaties en een eindafrekening, onder dreiging van een dwangsom. Taxi Vervoerscentrale Nederland verscheen niet, waarna verstek werd verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser onder bewind stond, maar de bewindvoerder instemde met de procedure en het optreden van de gemachtigde. De loonvordering werd gedeeltelijk gecorrigeerd naar € 3.515,06 bruto inclusief vakantiegeld voor veertig kalenderdagen gewerkt. De overige vorderingen werden toegewezen, met een maximale dwangsom van € 2.000 en proceskosten van € 561.
De rechtbank veroordeelde Taxi Vervoerscentrale Nederland tot betaling van het loon, wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, wettelijke verhoging, het verstrekken van salarisspecificaties en een eindafrekening binnen negen dagen, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Taxi Vervoerscentrale Nederland wordt veroordeeld tot betaling van salaris, vakantiegeld, wettelijke rente, wettelijke verhoging, salarisspecificaties, dwangsom en proceskosten aan eiser.