ECLI:NL:RBOVE:2024:665
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens onvoldoende vertrouwen in naleving betalingsregeling
De schuldenaar heeft in november 2023 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord. Eerder was een minnelijke schuldregeling met goed gevolg geëindigd in januari 2023. In september 2022 stopte de schuldenaar op eigen verzoek het budgetbeheer, waarna hij onder meer de huur niet meer betaalde, wat leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en een ontruimingsbevel.
De verhuurder stemde onder voorwaarden in met voortzetting van de huurovereenkomst, waaronder het opnieuw aanvragen van budgetbeheer en een betalingsregeling van €70 per maand. Deze regeling werd echter slechts kort nagekomen en vervolgens door de schuldenaar stopgezet. De verhuurder weigerde instemming met het dwangakkoord, dat voorzag in een uitkering van circa 21% aan schuldeisers, waarvan de verhuurder het grootste deel van de vordering heeft.
De rechtbank overweegt dat het financiële belang van de verhuurder evident is en dat de schuldenlast door het vrijwillig stopzetten van budgetbeheer en het niet betalen van huur verwijtbaar is ontstaan. Gezien het vrijwillige karakter van het budgetbeheer en de gedragingen van de schuldenaar acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat de schuldenaar zich aan afspraken zal houden zonder beschermingsbewind. Daarom is de weigering van de verhuurder tot instemming met het dwangakkoord redelijk en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat de schuldenaar onvoldoende vertrouwen wekt in het nakomen van betalingsverplichtingen.