Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1],
2.
[partij A 2],
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van [partij B] met producties 14 t/m 16
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn eigenaren van aangrenzende percelen en hebben een geschil over een schutting en een duivenhok die deels over de erfgrens op het perceel van partij A zouden staan. Partij A vordert verwijdering of verplaatsing van deze bouwsels, terwijl partij B betwist dat deze over de erfgrens staan en stelt dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van het betwiste grondgedeelte.
De rechtbank stelt vast dat de schutting en het duivenhok inderdaad gedeeltelijk over de kadastrale erfgrens zijn geplaatst. Uit de feiten blijkt dat de schutting in 2012 door de rechtsvoorganger van partij B is geplaatst met instemming van partij A, en het duivenhok deels tegen deze schutting is gebouwd. Partij B heeft het perceel in 2012 gekocht maar pas in 2023 geleverd gekregen, waarna zij het bezit voortzetten.
De rechtbank beoordeelt dat partij B en diens rechtsvoorganger meer dan tien jaar onafgebroken te goeder trouw bezitter zijn geweest van het betwiste grondgedeelte, waardoor zij door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden. De vorderingen van partij A tot verwijdering worden daarom afgewezen en de verklaring voor recht van partij B wordt toegewezen. Partij A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van partij A af en verklaart dat partij B eigenaar is door verkrijgende verjaring.