ECLI:NL:RBOVE:2024:6040
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij weigering WIA-uitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar vanaf 1 augustus 2024 geen WIA-uitkering toe te kennen en heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter beoordeelt dat bij financiële geschillen zoals deze alleen een voorlopige voorziening wordt getroffen als er sprake is van onverwijlde spoed.
Verzoekster stelt dat zij door de weigering onvoldoende financiële middelen heeft voor noodzakelijke uitgaven en dat zij in acute financiële nood verkeert. Zij heeft bankafschriften overgelegd ter onderbouwing. Uit de stukken blijkt echter dat zij aanvankelijk een WIA-voorschot ontving en daarna een WW-uitkering tot eind oktober 2024. Haar echtgenoot ontvangt een Wajong-uitkering, werkt 18 uur per week en ontvangt daarnaast inkomsten uit salaris en verkoop van cryptovaluta, evenals toeslagen.
Hoewel er financiële problemen zijn, is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute noodsituatie die onmiddellijke voorziening vereist. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.