De rechtbank Overijssel heeft op 4 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortzetting van een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD). De veroordeelde was sinds februari 2021 aan deze maatregel onderworpen, die in hoger beroep en cassatie bevestigd werd. De raadsman verzocht in juli 2024 om tussentijdse beëindiging van de maatregel vanwege het gebrek aan voortgang en effectiviteit van het behandeltraject.
Tijdens de zitting op 21 oktober 2024 werden de veroordeelde, de officier van justitie en een deskundige gehoord. Uit de rapportages bleek dat de veroordeelde een fors recidiveverleden heeft, met problematiek op het gebied van harddrugsverslaving, ADHD en beperkte leerbaarheid. Het ISD-traject verliep moeizaam, mede door afwijzing van hulpverlening door de veroordeelde zelf. Psychologisch onderzoek was afgerond maar de resultaten nog niet definitief.
De deskundige en de rechtbank concludeerden dat beëindiging van de maatregel op dit moment zou leiden tot een aanzienlijk risico op recidive en maatschappelijke onveiligheid. De rechtbank oordeelde dat de maatregel nog zinvol is en noodzakelijk voor stabilisatie en gedragsverandering, en wees het verzoek tot beëindiging af.