De rechtbank Overijssel heeft op 28 oktober 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de veroordeelde is veroordeeld voor meervoudige diefstal onder parketnummer 84.229999.21. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op € 8.920,24. Tijdens de terechtzitting op 14 oktober 2024 heeft de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, verweer gevoerd dat geen voordeel is genoten omdat het salaris van de aangever geheel is verbruikt.
De rechtbank heeft het rapport berekening wederrechtelijk voordeel van 28 maart 2023 en het strafdossier bestudeerd. Uit de bewezenverklaring blijkt dat de veroordeelde op meerdere tijdstippen geld heeft gestolen door onrechtmatige overboekingen van de bankrekening van de aangever naar zijn eigen rekening. De rechtbank constateert dat een deel van het gestolen geld ten goede is gekomen aan de aangever, bijvoorbeeld voor huisvesting, voedsel, bankkosten, overboekingen aan familie, contant geld en wervingskosten.
Deze kosten, begroot op € 5.495,60, worden in mindering gebracht op het totaalbedrag van € 11.104,- dat is gestolen. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 5.608,40 en legt de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Tevens wordt de duur van gijzeling vastgesteld op maximaal 112 dagen. De overige vorderingen worden afgewezen.