Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2:op 18 juli 2023, een getransformeerd gas- of alarmpistool, een (daarvoor geschikte) patroonhouder/magazijn en vijf (daarvoor geschikte) kogelpatronen voorhanden heeft gehad;
feit 3:in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 23 juli 2023, € 117.259,45 en/of vervalste merkkleding en/of 8568 gram hennep heeft witgewassen;
feit 4:in de periode van 2 januari 2018 tot en met 18 juli 2023, opzettelijk cocaïne heeft verkocht of opzettelijk cocaïne aanwezig heeft gehad;
3.De bewijsmotivering
handel in harddrugszodat ook geen sprake kan zijn van witwassen.
“enig (eigen) misdrijf”. De zelfstandige strafbaarstelling van vervalste merkkleding staat in artikel 337 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling ziet echter op andere gedragingen, namelijk kort gezegd: de handel in vervalste merkkleding en beperkt zich in deze zaak tot het mogelijk in voorraad hebben. Verdachte heeft de merkkleding niet “in voorraad” gehad. De vervalste merkkleding was bestemd voor eigen gebruik.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
1 (een) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
mr. T.M. Weeda, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2024.