Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
€ 70.355,67
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 28 oktober 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die betrokken was bij de handel in cocaïne en hennep. De officier van justitie vorderde een bedrag van €87.029,45 als wederrechtelijk verkregen voordeel, maar de rechtbank stelde dit vast op €46.903 op basis van de bewezenverklaarde feiten en een rapport van 4 januari 2024.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de ontvangen betalingen op de bankrekening van de veroordeelde, die in totaal €117.259,45 bedroegen. Er zijn geen aannemelijke kosten aangetoond, waardoor volgens vaste jurisprudentie 40% van de omzet als winst wordt beschouwd. De veroordeelde heeft geen verifieerbare verklaring gegeven voor de ontvangen bedragen, die volgens de rechtbank afkomstig zijn uit drugshandel en witwassen.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €46.903 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 269 dagen. De uitspraak werd gedaan door mr. J. Wentink, mr. R.G.J. Gehring en mr. T.M. Weeda.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €46.903 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.