Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
dan welhem zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht
dan welheeft geprobeerd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door hem meermalen tegen zijn gezicht te slaan, te stompen en te trappen.
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot doodslag.
5.De strafbaarheid van verdachte
7.De schade van de benadeelde partij
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
poging tot doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
de benadeelde partij [slachtoffer]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit
tot betaling aan de Staat der Nederlandenvan een bedrag van € 31.714,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2024 voor wat betreft de materiële schade en vanaf 21 oktober 2023 voor wat betreft de immateriële schade, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
365 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 9 februari 2022 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
90 dagen;
wijstde vordering
af.