Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2024:5324

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
11250498 \ CV EXPL 24-1641
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en betalingsregeling wegens huurachterstand

De Stichting Welbions vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand van [gedaagde], die de huurwoning huurt voor €686,54 per maand. De huurachterstand bedroeg op de mondelinge behandeling €5.350,16. [gedaagde] erkent de achterstand maar betwist ontbinding vanwege persoonlijke omstandigheden en recente werkhervatting.

De kantonrechter beoordeelt dat de betalingsachterstand van voldoende gewicht is om ontbinding te rechtvaardigen. Tijdens de mondelinge behandeling treffen partijen een betalingsregeling van €6.886,75, inclusief achterstand, kosten en proceskosten, met een voorwaardelijke ontbinding. Bij overtreding van de voorwaarden volgt automatische ontbinding en ontruiming binnen 14 dagen.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toe, en veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van €1.108,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden onder voorwaarde van nakoming van een betalingsregeling, met ontruiming bij niet-nakoming binnen 14 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11250498 \ CV EXPL 24-1641
Vonnis van 15 oktober 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING WELBIONS,
gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo,
eisende partij, verder te noemen Welbions,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde] ,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juli 2024;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] van 13 augustus 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 1 oktober 2024. Namens Welbions is verschenen mevrouw [naam 1] , vergezeld van mevrouw
[naam 2] , werkzaam bij Groothuis Ligermoet & Nijhuis. [gedaagde] is eveneens verschenen.
De Welbions heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een akte inbreng stukken overgelegd, met daarbij een actueel overzicht van de huurachterstand.
Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van Welbions de woning gelegen aan [adres] tegen een huurprijs van op dit moment € 686,54 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen, die op het moment van de mondelinge behandeling € 5.350,16 bedroeg, berekend tot en met oktober 2024.

3.Het geschil

3.1.
Welbions vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand en de (proces)kosten.
3.2.
Aan deze vordering legt Welbions ten grondslag dat [gedaagde] de betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
3.3.
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand, maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Vanwege financiële en persoonlijke omstandigheden was hij niet in staat om de (achterstallige) huur te voldoen. Inmiddels heeft hij weer werk en inkomsten.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden

4.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
de huurachterstand
4.2.
Omdat [gedaagde] erkent dat hij de huurachterstand van € 5.350,16 moet betalen, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.
de ontbinding en ontruiming
4.3.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand van [gedaagde] zodanig groot is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
4.5.
Partijen hebben echter onder verband van vonnis tijdens de mondelinge behandeling een betalingsregeling getroffen voor een totaalbedrag van € 6.886,75 (dit betreft de huurachterstand tot en met oktober 2024, de bijkomende kosten en proceskosten).
Partijen hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum.
De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door hem automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en hij de woning alsnog zal moeten ontruimen als Welbions dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.
De bijkomende kosten.
4.6.
De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen zoals hierna vermeld.
4.7.
Welbions heeft een bedrag van € 355,11 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Welbions heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
de proceskosten
4.8.
[gedaagde] zal als de verliezende partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van Welbions conform de afgesproken betalingsregeling begroot op een bedrag van € 1.108,72 (€ 136,72 aan explootkosten, € 496,00 aan griffierecht, en € 476,00 (2x € 238,00) aan salaris gemachtigde).

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Welbions een bedrag van € 5.778,03 (aan huurachterstand tot en met oktober 2024
€ 5.350,16, aan wettelijke rente tot 25 juli 2024 € 72,76 en aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief BTW) € 355,11);
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de Welbions de proceskosten van € 1.108,72;
5.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de Woningstichting te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] heeft niet binnen één week na de mondelinge behandeling van
1 oktober 2024 een bedrag van € 5.125,00 betaald aan Welbions;
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig het restantbedrag van € 1.761,75 in zes achtereenvolgende maandtermijnen van € 250,00 en een laatste termijn van € 261,75, met ingang van 31 oktober 2024;
- [gedaagde] betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur.
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C.M. Manders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024. (ak)