Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
[verweerder] ,
Het procesverloop
- Mr. Philips, voornoemd, namens [verzoeker] ,
- Mr. Lang, voornoemd, namens [verweerder] .
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen verweerder op grond van een investeringsovereenkomst waarbij gelden in crypto werden belegd en winsten verdeeld. Verzoeker stelt een vordering van €161.499 te hebben, maar verweerder betwist deze vordering en stelt dat er geen sprake is van een faillissementstoestand.
Verweerder voert aan dat een exoneratieclausule in de overeenkomst hem vrijwaart van aansprakelijkheid voor verliezen bij crypto-investeringen en dat verzoeker reeds meer dan zijn oorspronkelijke inleg heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van het vorderingsrecht en de toepassing van de exoneratieclausule niet in een faillissementsprocedure kan plaatsvinden, omdat dit een uitgebreide bewijsvoering vereist.
De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring af en adviseert verzoeker om zijn vorderingsrechten in een bodemprocedure te laten beoordelen. Pas na vaststelling van de vordering kan eventueel een hernieuwde faillissementsaanvraag worden overwogen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen vanwege betwisting van het vorderingsrecht en toepassing van de exoneratieclausule.