ECLI:NL:RBOVE:2024:5154
Rechtbank Overijssel
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering consumentenkrediet wegens niet-naleving informatieplicht en geen vervroegde opeising
In deze civiele procedure vordert Stadsbank Oost Nederland betaling van een consumentenkrediet. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de toepasselijkheid van titel 2A van boek 7 BW, de naleving van de informatieplicht uit artikel 7:60 en Pro 7:61 BW, en de kredietwaardigheidstoets volgens artikel 4:34 Wft Pro.
Stadsbank heeft aangetoond te hebben voldaan aan artikel 7:60 BW Pro en de kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 Wft Pro. Echter, de kantonrechter oordeelt dat niet alle wettelijk verplichte informatie conform artikel 7:61 BW Pro in de kredietovereenkomst is opgenomen. Het enkel vermelden in het ESIC-formulier is onvoldoende, waardoor sprake is van een schending van deze informatieplicht.
Daarnaast blijkt uit de overgelegde correspondentie niet dat het krediet vervroegd is opgeëist, aangezien de ingebrekestellingen niet voldoen aan de wettelijke eisen en niet duidelijk maken dat vervroegde opeising heeft plaatsgevonden. Hierdoor loopt de kredietovereenkomst nog door en is de grondslag van de vordering komen te vervallen. De vordering wordt daarom afgewezen en Stadsbank wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Stadsbank wordt afgewezen wegens niet-naleving van de informatieplicht en het ontbreken van vervroegde opeising.