Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair),dan wel dat hij [slachtoffer] daardoor zwaar heeft mishandeld
(subsidiair).
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- de schop tegen het hoofd is duidelijk en hard en op ruime afstand hoorbaar;
- ten gevolge van de schop verschuift niet alleen het hoofd, maar ook het bovenlichaam;
- terwijl aangever roerloos op straat blijft liggen, maken zijn benen op enig moment onwillekeurige, schokkende bewegingen;
- na het schoppen kijkt verdachte even naar aangever, loopt naar zijn auto, kijkt nog een keer achterom en stapt in zijn auto.
- verdachte stompt aangever tegen diens hoofd;
- aangever komt daardoor achterover ten val waarbij zijn achterhoofd hard het asfalt raakt;
- terwijl aangever daarna roerloos op de grond ligt, schopt verdachte met grote kracht (de daaraan voorafgaande beenbeweging ziet er uit alsof hij voorbereidingen maakt tegen een bal aan te schoppen staat in het proces-verbaal op blz. 33) met geschoeide voet tegen aangevers hoofd;
- verdachte schopte zo hard dat niet alleen aangevers hoofd, maar zelfs zijn hele bovenlichaam opzij beweegt;
- de schop wordt met zoveel kracht gegeven dat het geluid daarvan op het moment dat verdachtes voet het hoofd raakt zelfs op ruime afstand hard hoorbaar is;
- aangever heeft ernstig hoofdletsel opgelopen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
poging tot doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.205,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 juli 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 76 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.