Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de akte van [eiser]
- de akte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
Rechtbank Overijssel
Deze civiele procedure betreft de afwikkeling van de nalatenschap van de ouders van partijen en de vaststelling van de omvang van de legitieme portie van eiser. De rechtbank heeft eerder in een tussenvonnis geoordeeld over het vorderingsrecht van eiser op de nalatenschap.
De resterende vorderingen van eiser, die betrekking hebben op aanwijzingen aan de vereffenaars, verzwaring van de vereffening en het stellen van zekerheid, worden verwezen naar de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter. Dit omdat deze vorderingen onder het toezicht van de kantonrechter vallen volgens Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. Eiser heeft ingestemd met deze verwijzing.
De rechtbank stelt het vorderingsrecht van eiser op de nalatenschap van moeder vast op een nominaal bedrag van €35.153 vermeerderd met rente tot 16 april 2021 en een rentevergoeding van 6% vanaf die datum. Het beroep op de legitieme portie wordt vastgesteld op nihil. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen over de verwezen vorderingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het vorderingsrecht van eiser wordt vastgesteld en bepaalde vorderingen worden verwezen naar de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter.