Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 20 januari 2021 te Almere en/of Nunspeet, in elk geval in Nederland,
(telkens) opzettelijk
een of meerdere geldbedragen (van in totaal ongeveer € 2.817.713,89), in elk geval enig(e) goed(eren),
dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf 1] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
en welk(e) geldbedragen(en), in elk geval enig(e) goed(eren), verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als head of finance & accounting en/of als
gevolmachtigde, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,
wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2017 tot en met 4 mei 2021 in Nunspeet en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
(telkens) opzettelijk
(een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [verdachte]
over het/de tijdvakken (zie DOC-005):
- 2015 en/of 2016 en/of 2017 en/of 2018 en/of 2019 en/of 2020;
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen,
door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan belastbaar inkomen op te geven en/of te doen/laten opgeven,
terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven.
3.De bewijsmotivering
hij in de periode van 16 maart 2012 tot en met 20 januari 2021 in Nederland, telkens opzettelijk meerdere geldbedragen, van in totaal ongeveer € 2.817.663,89, die toebehoorden aan [bedrijf 1] BV, en welke geldbedragen, verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als Head of Finance & Accounting en als gevolmachtigde, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
hij in de periode van 28 april 2017 tot en met 4 mei 2021 in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (digitale) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ten name van [verdachte] over de tijdvakken:
- 2015 en 2016 en 2017 en 2018 en 2019 en 2020;
telkens onjuist en onvolledig heeft laten doen, door op de ingediende aangiften een onjuist bedrag aan belastbaar inkomen te laten opgeven, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
18 (achttien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;