Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
.Het is de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen echter niet aannemelijk geworden dat veroordeelde van dat misdrijf wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De rechtbank heeft evenmin kunnen vaststellen dat veroordeelde met het plegen van andere strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Daarbij betrekt de rechtbank dat veroordeelde is vrijgesproken van de andere (onder 2 en 3) aan haar ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal de ontnemingsvordering daarom afwijzen.
4.De beslissing
wijstde vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
af.