ECLI:NL:RBOVE:2024:4672
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering ING Bank wegens niet-nakoming kredietovereenkomst
Op 12 december 2013 is tussen ING Bank en de gedaagde een aflossingsvrij werkkapitaalkrediet van €90.000 overeengekomen. De gedaagde kon vanaf februari 2019 niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen, waarna ING de kredietverlening beëindigde en de zakelijke rekening blokkeerde. Ondanks diverse betalingsverzoeken en een voorlopige betalingsregeling, bleef de gedaagde in gebreke.
De gedaagde voerde aan dat ING onzorgvuldig had gehandeld door de rekening te blokkeren en de kredietovereenkomst op te zeggen, waardoor hij in financiële problemen kwam. De rechtbank oordeelde echter dat ING proportioneel en terughoudend had gehandeld en dat de gedaagde onvoldoende had onderbouwd welke concrete schade hij had geleden.
De rechtbank stelde vast dat de vordering van ING van €25.000 onbetwist was en dat de gevorderde rente en proceskosten toewijsbaar waren. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de wettelijke rente vanaf 4 april 2024 en de proceskosten van €2.770,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 met rente en proceskosten aan ING Bank.